Zelf heeft ze geen technische opleiding en heeft ze management gestudeerd. Wel is ze al van jongs af aan met tech bezig en ze heeft zelfs als systeembeheerder gewerkt. Nu is ze CTO bij Leaseweb en stuurt ze een team aan van ongeveer 65 mensen, waaronder vier vrouwen. Maar ze wil het niet zozeer over broodnodige diversiteit hebben, of over de achterstelling van vrouwen in de IT, want als je goed bent is er altijd een baan, en salaris is een kwestie van goed onderhandelen. Maar ze ziet wel met lede ogen aan dat er in het algemeen te weinig IT'ers op de arbeidsmarkt komen. "We hebben meer vrouwen in tech nodig omdat we in het algemeen te weinig mensen hebben. Met alleen de mannen gaan we het gewoon niet redden."

Svenja de Vos, CTO bij Leaseweb

Storage is een spannend vak

Het is heel lastig om mensen te vinden die hardcore techniek doen, zoals het beheer van firewalls of servers in de cloud, zo geeft ze aan. "Wij halen veel mensen uit het buitenland, maar ik zou ook graag meer Nederlanders zien. En het gaat me er ook helemaal niet om mannen te vervangen", gaat ze verder. "Op dit moment heb ik zo'n 15 vacatures openstaan die nog ingevuld moeten worden, dus vervangen is helemaal niet aan de orde."

Om te illustreren hoe weinig vrouwen in de IT werken vertelt Svenja over de CV's die ze onlangs binnenkreeg op een vacature voor storage engineer. Slechts 5 procent daarvan was van een vrouw. "Dat is echt laag!", benadrukt ze. "En dat waren helaas geen vrouwen uit Nederland." De skills die werden gevraagd logen er niet om. De engineer moet bekend zijn met producten van verschillende vendoren en met een groot aantal technieken, maar op zich zou dat niet mogen uitmaken, denkt Svenja. Storage is volgens haar tegenwoordig een spannend vak. "Vroeger was het een soort statische archiefkast, maar nu is er heel veel actieve data waar klanten continu mee bezig zijn. Het is een heel vitaal onderdeel geworden van de infrastructuur. Er komen veel werelden bij elkaar, er is veel redundancy, er is veel meer data. Apparaten worden steeds efficiënter en er komen steeds nieuwe features. En dus heb je steeds meer creativiteit nodig om meer producten naar de klant te brengen."

Kinderen al enthousiasmeren

Als ik hier tegenin breng dat je met woorden als redundancy niet direct het grote publiek gaat trekken, gooit ze het over een andere boeg. "We krijgen het maar niet voor elkaar om te laten zien dat tech leuk is. Want dat is het! Superleuk! In mijn baan ben ik continu aan het bijleren, want tech gaat heel erg snel en is steeds in beweging. Steeds moeten we nieuwe oplossingen bedenken. De groep engineers waarmee ik werk is een heel leuke club mensen bij elkaar die allemaal hun eigen expertise hebben. Het gaat mij om de discussie die we hebben en het product dat we maken. We bouwen nieuwe features en daar word ik blij van."

Maar om zo creatief te kunnen zijn met tech moet je er wel heel vertrouwd mee zijn. Svenja denkt dan ook dat het belangrijk is om al heel jong met de kennismaking te beginnen. Ouders zouden hun kinderen al enthousiast moeten maken voor IT. "Zo heb ik gisteren met mijn neefje van negen robotjes in elkaar gezet en geprogrammeerd. Mijn nichtje is pas twee, anders was ik met haar begonnen. Het was net wat te moeilijk voor mijn neefje, maar hij vindt het wel leuk. Techniek is nou eenmaal meer dan het spelen op een PlayStation. Je moet ze technisch denken laten snappen."

Het is iets van de lange adem

Maar op dit moment mist de techindustrie de aansluiting bij de jeugd, denkt ze. Er zijn wel briljante initiatieven, zoals bijvoorbeeld Project Prep van Janneke Niessen, maar er zijn bijvoorbeeld nauwelijks techvloggers. Het is allemaal nogal los zand. "Hier moeten we gezamenlijk wat aan doen, met 25 tot 50 bedrijven. Alleen is dat lastig, want wat is de ROI? Het wordt al snel een soort recruitment-project. Dat is alleen echt iets van de korte termijn, terwijl dit iets zou moeten zijn van de lange adem. En bot gezegd: de overheid mag hier ook wel iets aan doen!"

Vooral het onderwijs sluit volgens Svenja niet aan op hoe de IT verandert en hoe het echt onderdeel gaat uitmaken van het leven. Op middelbare scholen zijn er nog best goede initiatieven, maar op lagere scholen is er vrijwel niets. "Terwijl techniek evengoed een basisvaardigheid is als de Nederlandse taal. Dus zou je ook dat op de basisschool al moeten krijgen. Alleen kiezen toekomstige leraren nou eenmaal niet voor de Pabo omdat ze zo'n interesse hebben in techniek", relativeert ze de boel weer. "Toch zou ik best een keer per maand les willen geven op de Pabo. En als we dat met de hele techindustrie doen, dan lukt het ons heus wel om één keer per maand op elke Pabo te staan en zo elke toekomstige basisschoolleraar te bereiken."

Ambities op IT-gebied

Maar waarom heeft ze dit dan niet al geregeld? Dat ligt natuurlijk aan het gebrek aan tijd om dat te doen. "Maar als we over tien jaar nog steeds ambities willen hebben op IT-gebied, dan moeten we met z'n allen wel wat gaan doen om het klimaat te verbeteren." Dat betekent dat we kinderen al vroeg moeten leren dat programmeren leuk is, wat ze uiteindelijk moet bijbrengen dat 'redundancy' een spannend woord is.