De positie van Jan Gudde als CIO bij het ministerie van Binnenlandse Zaken was een bijzondere. Als CIO van het ministerie van Binnenlandse Zaken adviseerde hij over de IT ontwikkelingen bij de 8 tot 10 verschillende organisaties van het ministerie, was hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van de Generieke Digitale Infrastructuur en was hij mede verantwoordelijk voor de uitvoering voor de uitvoering van de Digitale Agenda voor de overheid. Hij werkte in een wereld waar, continuïteit, security, vernieuwing en de politieke aandacht van het moment met elkaar strijden.

En met name dat laatste is een aspect waar vele collega-CIO's weinig mee van doen hebben, maar dat in zekere mate de bewegingsruimte van een CIO in overheidsdienst kan beperken, zo blijkt uit het interview. We hebben het met name over de mate waarop de overheid, en dan met name Gudde, de publieke cloud kan inzetten voor de digitaliseringsslag die overheden nu maken, en dan blijkt dat met name de politiek daarin vaak koudwatervrees heeft. "Sinds de onrust rond de Patriot Act staat de politiek wat huiverig tegenover het opslaan van data in de cloud. Ik kan dan wel uitleggen dat versleutelde data best in de VS zou kunnen staan, maar ik begrijp de politiek ook wel. Ze staan daar wat conservatiever in en het zijn natuurlijk ook geen specialisten. Zij moeten immers aan burgers kunnen uitleggen dat hun gegevens veilig zijn."

Waar is de Minister van IT?

In de vertaalslag tussen IT en politiek wordt door Gudde een tussenlaag gemist. "Net zoals de minister van Financiën de kaders stelt voor de vakministers zou een minister van IT dat ook kunnen doen. We hebben wel een Rijks-CIO, maar die heeft natuurlijk niet de bevoegdheden van een bewindspersoon. Het aanstellen van een Rijks-CIO was wel een enorme verbetering, maar er zou in politieke zin nog wat erboven moeten zijn."

Een dergelijke bewindsman hoeft geen diepgaande kennis te hebben van IT, vindt Gudde. "Ik ben ook geen IT-er. Maar ik kan wel de vertaalslag maken van IT naar bestuur. Ik vind het zelf een voordeel dat ik geen IT-er ben. Ik kijk niet naar de details, maar naar hoe de zaken zouden moeten functioneren. Zo kijk ik ook naar de cloud. Als we nieuwe dingen gaan doen, is de afweging altijd wat we zelf in beheer willen hebben en wat er naar de cloud kan. Daarbij gaat het om zaken als veiligheid, beschikbaarheid en de locatie waar de data zich zou moeten bevinden. Soms sta je voor voldongen feiten, zoals applicaties die alleen in de cloud worden aangeboden en niet meer in een versie voor on-premise zijn te krijgen."

De continuïteit en veiligheid staan voorop in de beslissing wel of niet in de cloud te gaan, benadrukt Gudde. Daarbij wordt vooral gekeken naar de locatie van data. "Weet je waar het staat? Heb je er controle over? Dat zijn de belangrijkste vragen. Kijk, strikt genomen weet je dat je voor een betere beveiliging juist de cloud in moet gaan. Maar de afweging kan zijn dat je dan maar kiest voor ietsje minder veiligheid maar dat je wel weet waar je data is. Daarbij spelen kosten geen grote rol, we kijken naar wat moet en wat nodig is, niet naar kostenbesparingen als doel op zichzelf. Daarvoor is sommige data te belangrijk"

Niet alle data waarover het ministerie beschikt moet strikt onder controle blijven, zo blijkt. "We hebben een open data-beleid, en als we die toch openbaar maken kan dat net zo goed in de VS staan en dan zo goedkoop mogelijk. Maar personeelsgegevens natuurlijk niet, die staan in ons datacenter in Rijswijk. Dat is een gevoelskwestie. Je wilt echt weten waar het staat en niet afhankelijk zijn van anderen."

Artikel gaat onder de foto verder

Digitale agenda stelt burger centraal

Het Rijk is volop bezig met het uitvoeren van de Digitale Agenda, waarbij volgens Gudde de burger nadrukkelijk centraal staat. "We doen dat stapje voor stapje, waarbij we vooral kijken vanuit de ogen van de burger. Het is geen groots en meeslepend IT-programma, maar we blijven steeds nadenken over hoe de burger denkt en handelt. Het is een ingewikkeld proces, mede door de wet- en regelgeving. Onze afwegingen zijn anders dan bij commerciële bedrijven, mede doordat wij 100 procent van de markt moeten bedienen, alle burgers dus. Er zijn een miljoen inwoners niet of nauwelijks digitaal vaardig, dat kunnen we niet negeren."

Gudde stelt dat hij zelf soms hogere ambities heeft dan 'de business', maar dat hij daarin niet leidend is. "Ik ga niet over de IT-programma's, dat doet de business. Ik kijk over hun schouder mee met een kritische blik, ik adviseer. Zij willen iets bereiken en ik kijk mee. Ik vind soms wel dat de dingen wel wat sneller mogen, dat er andere werkmethoden of andere technologieën gebruikt kunnen worden."

Niettemin vindt Gudde dat de Rijksoverheid op het gebied van digitalisatie niet achter loopt. "Net als in 'de buitenwereld' gaat het bij ons de laatste jaren ook steeds sneller. We digitaliseren veel. Ik geloof niet dat het bij traditionele bedrijven sneller gaat. De traditionele banken bijvoorbeeld hebben dezelfde vraagstukken. Zoals bijvoorbeeld de grote hoeveelheid applicaties, waarbij het al een kunst is die allemaal in kaart te brengen en te rationaliseren."

Zo staan er in het shared service center zo'n 16 documentmanagementsystemen van de ministeries, "en het rationaliseren ervan is niet eenvoudig", zegt Gudde. "Ministeries kan je beschouwen als allemaal aparte bedrijven. Daarnaast bestaat Binnenlandse Zaken zelf ook nog eens uit acht tot tien verschillende organisaties. Niemand heeft de bevoegdheid om te zeggen: En nu gaan we allemaal dít documentmanagementsysteem gebruiken!"

Uniformiteit is lastig

Ook op andere vlakken in het softwaregebruik is uniformiteit lastig te realiseren, zegt de CIO. "Bij SSC-ICT zijn de werkplekken ondergebracht voor acht ministeries. Die hebben allemaal dezelfde werkplekken, en dan eigenlijk toch weer niet omdat 20 procent ervan per ministerie weer anders is ingericht. Iedereen houdt zijn eigen processen en dus worden de systemen daaraan aangepast. Niet andersom. Maar daar zie ik wel beweging in, er wordt nu anders tegen aangekeken. IT-projecten worden steeds meer als verandertrajecten gezien."

Veel organisaties houden nog vast aan de bestaande processen." Eerst veranderen, en dan pas ingewikkelde systemen bouwen, meent Gudde dan ook. "Maar het gaat wel steeds beter", ziet hij. "P-Direct laat zien dat we het wel uniform kunnen doen. Dat project kwam van de grond toen we veel bedrijfsvoeringsprocessen eindelijk hadden gestandaardiseerd. Vijf ministeries zijn overgegaan op hetzelfde financiële systeem."

Door meer gebruik te maken van standaarden en meer gebruik te maken van publieke en private clouds worden de beheeruitdagingen wel complexer, merkt Gudde op. "Hoe regel je dat in met alle aansprakelijkheden?", geeft hij als voorbeeld. "Wij besteden voor vijf jaar aan, maar wat moet je daarna doen als je van cloudprovider wisselt? Binnen de publieke clouds is dataportabiliteit nog altijd het grote vraagstuk. Je hebt dus minder keuzevrijheid, maar dat mag tevens geen belemmering vormen om het te doen."

Ook de relatie met SSC-ICT is complex. Als klant van SSC-ICT maakt het Gudde niet uit of de leverancier voor de uitvoering van diensten gebruik maakt van de publieke cloud. "Maar ik adviseer ook de eigenaar van SSC-ICT, een van de directeuren-generaal van BZK, en in die rol maakt het me wel degelijk uit. In die hoedanigheid ben ik immers verantwoordelijk voor de veiligheid en heb ik andere afwegingen. Zij vertalen onze behoefte naar de technologie die daarbij past, maar ik moet wel in control blijven."