Het mag duidelijk zijn dat de belasting op de backbone van onze wereldwijde en Nederlandse infrastructuur (het internet, zo je wil) niet hetzelfde is op het moment als het voor de uitbraak van het virus en de maatregelen die er als reactie op zijn genomen. Als je met veel mensen in een kantoor werkt, blijft er nu eenmaal veel meer verkeer binnen de vier muren dan wanneer iedereen vanuit huis aan de slag is. Sterker nog, veel dataverkeer vindt überhaupt niet plaats als men niet allemaal thuiswerkt. Denk hierbij aan videoconferencing bijvoorbeeld, of het rondpompen van bestanden en dergelijke.

Stevige groei

De gevolgen voor de toename van het netwerkverkeer zijn dan ook behoorlijk fors. De algemene consensus bij de verschillende partijen die we hierover gesproken hebben (NL-ix, Colt, GTT, Cisco), lijkt te zijn dat de stijging zo’n 30 procent bedraagt. In het plaatje hieronder dat we van NL-ix, een internet exchange, hebben ontvangen, kun je ook zien hoe dat verspreid is over een typische dag. Opvallend is dan dat de belasting in de ochtend sneller stijgt naar een permanent hoger niveau gedurende de dag, maar ook veel langer hoog blijft, de avond in. Dat betekent dus ook dat mensen in de avond meer gebruik lijken te maken van contentplatformen zoals Netflix, Amazon Prime en Disney+. Dat is niet vreemd, mensen die normaal gesproken misschien zelden thuis zijn ’s avonds, zijn dat nu wel.

NL-ix geeft verder nog de nodige duiding aan wat men zoal heeft geconstateerd als gevolg van het coronavirus. De impact is namelijk zichtbaar op meerdere schakels in de keten, maar “grotendeels komt de extra druk terecht bij netwerken waar de gebruikers thuis op aangesloten zijn,” aldus een woordvoerder van NL-ix. Van een aantal van die netwerken hebben ze de capaciteit dan ook op aanvraag vergroot. 

Groei van 30 procent

Collaboration is king

In dit artikel gaat het meerdere keren over de toename aan internetverkeer, waarbij vooral de conferencing en collaboration tools aangewezen worden als de aanstichters hiervan. Microsoft heeft een blog gepubliceerd over het gebruik van Teams voor het houden van meetings waaruit goed duidelijk is over welke stijging het kan gaan in absolute zin. Waar er op 12 maart wereldwijd nog ‘slechts’ 560 miljoen minuten per dag in Teams-meetings werden doorgebracht, was dat op 16 maart (de dag dat er ook in Nederland maatregelen in werking traden) al 900 miljoen. Dat was echter nog maar het begin, want op 31 maart waren het al 2,7 miljard minuten per dag.

Ook bij andere diensten zien we indrukwekkende stijgingen. Zo groeide Zoom van maximaal zo’n 10 miljoen actieve gebruikers per dag (zowel betaald als gratis) naar 200 miljoen en rapporteert ook Cisco een verdubbeling in gebruikers tussen januari en begin april van dit jaar. Het zou hier ook gaan om meer dan een verdubbeling van het aantal minuten, van 6 miljard naar 14 miljard. Sri Srinavasan, de SVP Collaboration van Cisco, geeft aan Reuters verder nog aan dat aan dat Webex een factor vier gegroeid is in Europa en dat er wereldwijd in maart 73 miljoen meetings hebben plaatsgevonden.

Kijken we naar collaboration tools die niet primair met video te maken hebben, dan zien we eveneens de effecten van het werken op afstand. In een thread op Twitter doet Slack-CEO Stewart Butterfield eind maart een boekje open over hoe hard dat platform relatief gezien aan het groeien was. In een week of twee groeit het van 10 miljoen actieve gebruikers per dag naar 12,5 miljoen. Dit terwijl het vanaf oktober 2015 niet minder dan 1597 dagen duurde om van 1 miljoen naar 10 miljoen te komen. Hieronder zie je een screenshot dat we van Butterfields Twitter-feed hebben gehaald, waarin je duidelijk kunt zien hoe hard het gaat op maandag 16 maart, tussen 7 uur en kwart over 8.

Dit beeld wordt onderstreept door Peter Veenman, Country Manager Benelux bij Colt, een aanbieder van (onder andere) netwerkconnectiviteit tussen datacenters en Mark de Haan, SVP Benelux bij GTT, een Tier 1 ISP. Beide heren geven eveneens aan dat we hier te maken hebben met een stijging van ongeveer 30 procent.

Bij Colt zag men verder vooral een toename op het gebied van spraakdiensten. “Dit geldt voor alle regio’s, met extra pieken in landen waar de uitbraak een grotere impact heeft, zoals Italië, Frankrijk en Spanje,” geeft hij ook nog wat duiding over de verspreiding van de impact.  

Veel klanten van Colt en GTT vragen net als die van NL-ix dan ook om upgrades van de bandbreedte. Ook bij Colt ziet men dat het vooral de niet-core netwerken zijn waar de meeste veranderingen plaatsvinden. “Sinds het begin van de pandemie hebben we een aanzienlijke verschuiving waargenomen in het verkeer op internet peering edge netwerkpunten,” aldus Veenman. Peering edge netwerkpunten zijn netwerkpunten waar onder andere home ISP's, content- en cloudproviders mee te maken hebben. 

Bij GTT werkt men op het moment ook beduidend nauwer samen met haar peering partners, zo stelt De Haan: "Meer verkeer betekent vaak dat er meer capaciteit nodig is bij deze partners. Het contact hierover is een dynamisch proces, waarbij steeds met hen bekeken wordt hoe ze zich kunnen beschermen tegen netwerkcongestie, wat direct invloed kan hebben op gebruikers door packet loss en verhoogde latencies. Mede daardoor houden de interconnectiepunten tussen netwerken, soms de 'kern van het internet' genoemd, het goed uit." Hieruit spreekt naast goed luisteren naar wat de klanten vragen ook de ambitie om er als GTT zelf ook goed bovenop te zitten en de lijntjes zo kort mogelijk te houden.

Collaboration tools voornaamste knelpunt

Bij NL-ix wordt verder nog expliciet aandacht gevestigd op de tools waar de impact het duidelijkst zichtbaar is en de leveranciers daarvan. Het gaat dan niet heel verrassend om collaboration tools en video conferencing en webmeeting tools. “Ook hier hebben we op verzoek tijdig de capaciteit kunnen vergroten,” stelt de woordvoerder van NL-ix. Voor bedrijven die via een VPN-verbinding het thuiswerken mogelijk maken is tijdens de lockdown de vraag eveneens aanzienlijk toegenomen en moest de capaciteit ook vergroot worden. 

Vanuit Cisco horen we soortgelijke geluiden. Daar is wereldwijd een toename in netwerkverkeer geconstateerd van 20-40 procent, zo geeft Edwin Prinsen, Managing Director Cisco Nederland, desgevraagd aan. Aangezien Cisco meer aan de eindgebruikerskant zit als het op netwerken aankomt dan bijvoorbeeld NL-ix en Colt, zien zij ook net iets andere gevolgen. Er was bijvoorbeeld een tekort aan draadloze netwerken bij tijdelijke Covid-klinieken. “Om deze groei aan te kunnen hebben we met name bij ziekenhuizen de draadloze netwerken uitgebreid,” geeft Prinsen aan. Uiteraard ziet Cisco veel van de groei in hun WebEx videoconferencing-aanbod.

Flexibel, maar niet alles ging meteen goed

Al met al is de wereldwijde netwerkinfrastructuur tegenwoordig redelijk flexibel, dus er kan naar wens en op aanvraag relatief eenvoudig op- en afgeschaald worden. “De netwerken lijken deze belasting goed op te vangen,” geeft Veenman van Colt dan ook aan, iets wat we ook tussen de regels door opmaken uit de reacties van NL-ix en Cisco. 

Het feit dat de netwerken en de tools die we gebruiken het in de basis aankunnen, wil niet zeggen dat alles meteen goed gaat. Een persoonlijke anekdote in dit opzicht geeft aan dat er wel degelijk issues waren. De eerste twee maandagen van de intelligente lockdown was Microsoft Teams onbruikbaar voor de wekelijkse maandagmorgenmeeting en moest er naar andere manieren gezocht worden om deze te houden. Ook meerdere alternatieven functioneerden echter niet naar behoren, dus het leek in ieder geval niet alleen bij Teams mis te gaan. Ook de issues die Azure had in een specifieke regio van Engeland, waar er geen ruimte meer leek te zijn, geeft aan dat niet alles meteen goed ging.

Dat er outages zijn, is echter niet zo heel gek, zeker niet bij populaire diensten zoals Teams en Azure, net zo min als dat er zaken zijn waar tegenaan gelopen wordt bij het heel snel opschalen (denk aan wat er met Zoom gebeurd is). Het capaciteitsprobleem van Azure leek overigens vooral te zitten in het feit dat er zoveel virtuele werkplekken waren gereserveerd voor de gezondheidszorg, dat er geen nieuwe meer waren voor ‘niet-vitale’ beroepsgroepen.

Voorlopige conclusie: geen fundamentele problemen

Om inzicht te krijgen in hoe de wereldwijde infrastructuur als geheel zich heeft gehouden nadat alles op zijn kop werd gezet door het virus en de maatregelen die erop volgden, kijken we naar data van ThousandEyes. Dat bedrijf is gespecialiseerd in wat het zelf ‘Digital Experience Monitoring’ noemt. Het streven van dat bedrijf is om haar klanten end-to-end inzicht te geven in het netwerk waar organisaties gebruik van maken. Hieronder zie je hoeveel outages er waren in maart, bij ISP’s en bij collaboration tools, vergeleken met de maand ervoor.


Bron: ThousandEyes

Er is een overduidelijke piek in ISP-outages zichtbaar, zo geeft Angelique Medina, Director Product Marketing bij ThousandEyes aan. Er is echter geen aanwijzing dat dit het gevolg is van een gebrek aan capaciteit in het algemeen: “de duur en scope van de outages doet vermoeden dat ze het gevolg waren van aanpassingen en optimalisaties die netwerkoperators doorvoerden.” Dit is in lijn met wat we hierboven hebben geconstateerd op basis van de input van andere partijen in de markt. Wel valt op dat er in Europa een veel kleinere impact lijkt te zijn dan in de VS. Opvallend is verder de relatief sterke stijging van outages bij videoconferencing applicaties in maart ten opzichte van de maand ervoor, ook daar primair gedreven door de VS. In Europa zien we eigenlijk nagenoeg geen stijging. 

Het lijkt er dus op dat we hier in Europa minder last hebben van de impact van het coronavirus op de gezondheid van onze backbone-infrastructuur. Daar zijn op zich ook wel redenen voor te bedenken volgens Medina, al is het natuurlijk lastig om zaken 1-op-1 aan elkaar te koppelen. "De grote Amerikaanse ISP's hebben netwerken met een zeer hoge dichtheid op het gebied van peering, die een groot geografisch gebied moeten bestrijken. Het beheren van deze grote netwerken terwijl er grote peering-aanpassingen gedaan werden en er veel verzoeken van klanten binnenkwamen, kan bijgedragen hebben aan de stijging in de VS." Het verschil in outages bij netwerken voor collaboration applicaties is op zich ook wel te verklaren volgens Medina: "Hogere uitval in de VS is niet verrassend, aangezien de meeste aanbieders van deze diensten zich in de VS bevinden en daar ook beduidend meer netwerkinfrastructuur hebben liggen."

Ondanks dat er wel degelijk pieken zichtbaar zijn, is de conclusie van Medina echter dat de backbone van ons digitale bestaan zich goed heeft gehouden tijdens de plotselinge gebeurtenissen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus en de maatregelen die er in reactie daarop zijn genomen. Een volgende vraag is uiteraard hoe dat zit met de infrastructuur bij organisaties zelf. Daar gaan we in een volgend artikel dieper op in.