Het beeld van het ziekenhuis dat uit de beschrijving van Willem Drijver naar voren komt is uiterst ingewikkeld. Het ziekenhuis is een bedrijfsverzamelgebouw van heel veel verschillende disciplines die toch allemaal moeten samenwerken voor de patiënt. Er werken dan ook tussen de 2000 en 5000 mensen en er worden tussen de 500 en 800 applicaties gebruikt. Dat maakt de IT-puzzel bepaald ingewikkeld. 

Zo’n omgeving is van oudsher veelal helemaal ingegeven door IT, zo stelt Drijver. Bovendien zijn er allerlei verschillende IT-beslissingen genomen door verschillende afdelingen, waardoor de puzzel nog eens zo ingewikkeld wordt. Ieder heeft zijn eigen software ingekocht en zijn eigen infrastructuur aangelegd. De applicaties zijn dan ook heel verschillend in onder andere leeftijd, volwassenheid, volwassenheid, ondersteuning en vereiste architectuur. “Een gemiddeld ziekenhuis moet dan ook, zonder overdrijven, meer dan 200 relaties met softwareleveranciers onderhouden.”

Er zijn in Nederland massa’s bedrijven die software voor de zorg maken, gaat hij verder. “Dat geeft een rijkheid, maar het zorgt ook voor versplintering.” Hij stelt dan ook dat je het aantal applicaties in het ziekenhuis zou kunnen decimeren tot een stuk of 50 a 80 als je het echt efficiënt inricht. Gelukkig wordt er op steeds meer plaatsen - onder druk van het bestuur dat zich zorgen maakt over alle gedeelde data - moeite gedaan om dit enigszins gelijk te trekken en te standaardiseren, stelt Drijver, al is dat pas iets van de laatste jaren.

Het ultieme punt dat Drijver maakt is dat je de omgeving van een ziekenhuis nooit goed op orde kunt krijgen als je IT als uitgangspunt neemt, omdat de wensen van de gebruikers dan maar toevalligheden blijven die ondergeschikt zijn aan infrastructuur en applicaties. Terwijl er in een ziekenhuis heel veel verschillende maar ook heel duidelijke use cases zijn, van een chirurg die met zijn scalpel in zijn hand aan de operatietafel staat, via de verpleegster aan het bed tot aan de therapeut in de behandelkamer. Al die mensen moeten verschillende informatie krijgen over hun patiënten en bij hun applicaties kunnen op een heel verschillende en toch veilige manier. En juist die use cases moeten het vertrekpunt vormen voor alles wat je doet, benadrukt Drijver. 

Er zijn volgens Drijver 18 use cases in een ziekenhuis, zoveel hebben ze er bij Cam tenminste gedefinieerd. Daar kunnen er bijkomen en er kunnen er wegvallen, maar het zijn in ieder geval use cases die uit de praktijk zijn gedestilleerd. En als je door de bril van die use cases naar IT kijkt, dan ga je er ineens heel anders mee om dan wanneer je een infrastructuur als uitgangspunt neemt. IT staat niet meer centraal maar in dienst van de gebruikers. Niet voor niets zegt Drijver dat techniek een randvoorwaarde is, al is het een superbelangrijke.