Enige tijd geleden zijn we naar Andover, in de buurt van Boston, naar een R&D-afdeling van Schneider Electric afgereisd om ons wat meer te verdiepen in de visie van dat bedrijf op onder andere de edge. Daar hebben we recent al eens een artikel over gepubliceerd op Computerworld.nl. De boodschap kwam erop neer dat we de edge steeds meer moeten gaan beschouwen als mission-critical. Vandaar ook dat er veel nadruk lag en ligt bij Schneider Electric op EcoStruxure, de monitoring- en beheersoftware voor zaken zoals PDU’s en UPS-en en de koeling in datacenters. Het kwam in iedere sessie die we daar bijwoonden eigenlijk wel voorbij. In een ander eerder Computerworld-artikel over Schneider Electric hebben we hier ook al eens aandacht aan besteed.

De indrukwekkendste sessie van allemaal als het gaat om het belang van monitoring in het algemeen en EcoStruxure in het bijzonder was toch wel die van Simon Binley, die verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen van het datacenter van de Wellcome Trust. Niet zomaar een doorsnee datacenter, maar het grootste in Europa dat in handen is van een non-profit organisatie. In het datacenter wordt genomenonderzoek gedaan, waarbij deze worden geanalyseerd om meer te weten te komen over ziektes. Met deze kennis kan dan uiteindelijk de gezondheidszorg weer zijn voordeel doen.

Geen alledaags datacenter

De datacenteromgeving van de Wellcome Trust is verre van alledaags te noemen, al was het maar vanwege het formaat. We hebben het hier over een datacenter dat 4 megawatt vermogen opneemt, met 450 racks, 150 petabyte aan opslag en meer dan 30.000 cores. Voor het grootste gedeelte is het een bare-metal omgeving, dus met relatief weinig virtualisatie. Het is daarnaast ook een eclectische verzameling van vendoren. In de basis is het weliswaar een Extreme Networks-omgeving, maar er staat ook genoeg van andere vendoren.

Een datacenter van dit formaat, gekoppeld aan een relatief klein team waarmee de organisatie de IT moet beheren en onderhouden, zorgt voor de nodige kopzorgen. Hoe onderhoud je dit namelijk allemaal op een goede manier? Het einddoel is volgens Binley om zichtbaarheid te krijgen voor het volledige platform. Het gaat dan met name om wanneer bepaalde hardware gerepareerd/vervangen moet worden. Bij een datacenter van dit formaat gaat er natuurlijk nogal eens iets stuk. Aangezien men werkt met donaties en dergelijke, wil men geen onnodige reparaties doen, maar het mag ook niet zo zijn dat machines uitvallen.

EcoStruxure

Via een reseller (EiT, vertegenwoordigd door Nick Ewing) kwam Binley in aanraking met EcoStruxure IT. Daar zag hij eigenlijk meteen de meerwaarde van, in ieder geval conceptueel. “Uiteindelijk zijn we op zoek naar de sweetspot, waarbij alles optimaal op elkaar ingespeeld is,” aldus Binley. Met andere woorden, men wil investeringen en daarmee dus donaties maximaal benutten en niet het risico lopen dat er tijd en geld verloren gaan.

Dat laatste is erg belangrijk. Je kunt zeggen dat dit voor ieder datacenter geldt natuurlijk, maar in het geval van de Wellcome Trust is dat wellicht nog wel extra het geval. Het draait hier namelijk om een vertraging in het analyseren van genetisch materiaal waarmee levens gered kunnen worden. Nu is het verlies van data op zich nog wel te overzien, ook al gaat het hier wel over serieus grote datasets natuurlijk. Het uitvallen van een systeem dat deze sequencing doet is echter pas echt een probleem. Als dit lang genoeg duurt, gaan de chemische componenten die worden gebruikt voor de analyse. Die componenten zijn niet bepaald goedkoop. Het kost de Wellcome Trust 36.000 pond per keer dat deze moeten worden vervangen. Dat is dus geld dat niet in het onderzoek zelf gestoken kan worden. En dat betekent weer dat ze minder voor de gezondheid van mensen kunnen betekenen. Je kan dus zeggen dat goede monitoring in dit geval indirect levens kan redden.

Op weg naar ‘just in time’

Uiteraard gaat men bij de Wellcome Trust niet over een nacht ijs bij het in gebruik nemen van EcoStruxure. Het moet wel echt goed werken. Vandaar dat men ermee is begonnen in een nieuw gebouwd kwadrant in het datacenter. Je hebt dan feitelijk een greenfield omgeving waarin je alles optimaal kunt inrichten. Dat is een goede manier om ervaring op te doen. Het plan is echter ook zeker om het naar de rest van het datacenter te brengen. Op het moment dat we het gesprek hadden met Simon, was men aan het kijken hoe de rest van het datacenter erop reageerde. Gezien de verscheidenheid aan vendoren is het niet zomaar gezegd dat alles meteen goed werkt natuurlijk.

Als alles goed werkt, komt datgene in beeld wat men bij de Wellcome Trust nastreeft, namelijk meer efficiency bij het repareren van apparatuur. Ze kunnen dan ook richting predictive maintenance natuurlijk, het uiteindelijke doel. Want uiteindelijk wil je helemaal niet dat er iets kapot gaat. Dat wil je juist voor zijn en ‘just in time’ zaken repareren.

Met EcoStruxure moet dit alles mogelijk zijn, volgens Binley. Men kan er dan in ieder geval voor zorgen dat er geen geld verloren gaat aan dingen die voorkomen hadden kunnen worden, terwijl ze ook niet te snel onderdelen van het datacenter gaan vervangen. Dan kunnen alle inkomsten ook daadwerkelijk besteed worden aan het onderzoek zelf. Daar is het onder de streep natuurlijk allemaal om te doen.